Huisdier van de maand 

 

November: Met zijn allen slepen we de kittens erdoor

Met zijn allen slepen we de kittens erdoor
Hoe er plots iets op je pad kan komen. Buiten wordt een aangereden poes gevonden. Met volle melkpakketten. Ze is overleden. Niet lang daarna worden ook de kittens gevonden.

 De kittens zitten onder de vlooien, hebben dikke buikjes van de wormen, en de ogen zijn ontstoken. Maar erger nog: de kittens zijn nog hartstikke jong. Te jong om van een schoteltje te eten of te drinken. 

Ondertemperatuur
We hebben de kittens nog niet behandeld tegen de wormen en vlooien, of het gaat mis. Het kleinste poesje, een schildpad poesje, stort in. Helemaal slap is ze. Ze heeft een temperatuur van 35,5. En als je bedenkt dat de normale temperatuur van een kat tussen de 38 en 39 is, dan zie je wat een ondertemperatuur dit is! Voorzichtig warmen we haar op en ze krijgt infuus. Daarna krijgt ze met een sonde kittenmelk toegediend. Zou dit goed komen? Elke twee tot drie uur geven we haar (ook ‘s nachts) een beetje melk via de sonde. Al snel is ze zelf weer sterk genoeg en drinkt ze zelf uit een flesje. Sterke kleine uk! Zo krijgt de dierenarts een naamgenoot, want de baasjes noemen haar Anne.

Toevallen en stuipen
Kitten Anne is nog maar net weer op de been als het weer mis gaat. Katertje Binkie is onderkoeld en slap naast het waterbakje gevonden. Bij de dienstdoende dierenarts is hij niet slap, maar krijgt hij juist allemaal spiertrekkingen. Er is geen contact met hem te maken. Zo snel als het ontstaat, zo plots gaat het ook weer beter. Een week later is het weer mis. Binkie is weer helemaal van de wereld, slap en onderkoeld. De dierenarts krijgt hem wel weer er bovenop. Maar wat is er toch mis? En dan is het opeens ook mis met het grootste kitten, de rode kater. Hij heeft stuipen, maar zijn kopje hangt helemaal slap en ook hij heeft een ondertemperatuur. Elke keer vechten we voor de kittens. En keer op keer lukt het om ze er bovenop te krijgen. Maar de oorzaak vinden we maar niet.

Neuroloog
We overleggen, en de eigenaren kunnen terecht bij een specialist: een neuroloog voor honden en katten. Hij vermoedt een infectie met Toxoplasma, maar omdat de kittens nog zo klein zijn is het niet te testen. Ze gaan op de antibiotica. Het duurt lang voordat ze opknappen, maar het gaat steeds beter. Nacht in nacht uit voeren de baasjes nog altijd bij toerbeurt de kittens bij en controleren ze of ze geen toevallen hebben.

De kittens hebben steeds minder vaak toevallen, en groeien inmiddels goed. Het is eigenlijk ongelooflijk wat de baasjes voor deze kittens hebben gedaan. Het is zo’n opgave geweest met alle ‘nachtdiensten’. Laatst waren de kittens voor een gewone enting op de kliniek. Fantastisch was dat: geen toevallen meer, en hard op weg om grote katten te worden!


Eerdere huisdieren van de maand