Radius curvus syndroom
De botten van jonge dieren groeien niet over de hele lengte. Stukjes kraakbeen aan de uiteinden van de botten zorgen voor de lenggroei deze kraakbeenschijfjes heten groeischijven.
In de onderarm (van elleboog tot pols) zorgen de twee botten die naast elkaar liggen voor de stevigheid: de ellepijp en het spaakbeen. Zolang deze twee botten even snel groeien is er niets aan de hand. Wanneer een van beide botten echter sneller groeit dan de ander gaat het mis. Het traag groeiende bot belemmert het sneller groeiende bot in zijn groei en trekt het krom. Vergelijk het maar met een boog, het snel groeiende bot is de boog, het traag groeiende bot de boogpees.
Het uiteinde van ellepijp en spaakbeen vormen samen aan de bovenzijde het ellebooggewricht en aan de onderzijde het polsgewricht. Groeistoornissen zorgen ook voor problemen in deze gewrichten.
Bij dieren met het radius curvus syndroom is er een storing in de groei van de ellepijp, waardoor het spaakbeen, dat wel doorgroeit krom wordt getrokken.
De groeistoornis kan ontstaan doordat het in de genen van de hond zit, door verkeerde voeding (vooral bij grote rassen) of doordat bijvoorbeeld door een ongeval de groeischijf van de ellepijp te snel sluit.
Bij rassen als de Bassethound, teckels en terriërs kan het kromgroeien erfelijk zijn.
Deze aandoening kan door middel van een operatie verholpen worden, er wordt dan een wigvormig stuk uit de radius gehaald.





